Dossier № 31: Collection of city regulations of Deventer (1448) – Oath of an alderman
City Archive and Athenaeum Library (Deventer), SAB, MA, inv. nr. 132.
Inleiding
Het keurrecht moet worden onderscheiden van het stadsrecht – d.w.z. het basisstuk dat het stelsel van rechten en plichten van een stad bevat. Alhoewel de inwoners van een stad bij de toekenning van het stadsrecht vaak het keurrecht verkregen, kon dit immers ook pas later worden verleend en bekomen.
Het keurrecht slaat meer bepaald op het recht van de schepenen van een stad om op eigen gezag, vaak in eerste instantie nog met medewerking van de (lands)heer of diens schout, bestaande stedelijke regels te veranderen en nieuwe, algemeen verbindende verordeningen vast te leggen. In Deventer beschikten de schepenen minstens sinds 1283 over deze bevoegdheid. Waarneembaar sinds 1423 had de zogenaamde meente bemoeienis met de totstandkoming van keuren.
De keur is het product van deze verordenende bevoegheid. Een selectie van de opeenvolgende keuren werd in de loop van de tijd veelal verzameld in een zogenaamd keurboek – soms ook wel stadboek genoemd. Het oudste keurboek dat in het Deventer stadsarchief bewaard bleef, dateert uit 1448. Het staat bekend als “der stad boeck”.
De in een keurboek vervatte normatieve voorschriften betroffen vrijwel alle facetten van de stedelijke samenleving. Naast regels en straffen inzake de openbare orde en veiligheid, allerlei voorschriften aangaande handel en marktwezen en bepalingen inzake de rechtsbetrekkingen tussen burgers onderling bevatte een keurboek ook regels inzake de samenstelling en werking van het bestuur.
Tot die laatste categorie van regels behoort ook de schepeneed. Volgens een algemene, vaste formule verbond een nieuw verkozen gezagsdrager zich plechtig – en onder aanroeping van God als getuige - tot uitvoering van de verplichtingen die aan zijn ambt kleven. Het gaat hier dus meer bepaald om de schriftelijke vastlegging (in de volkstaal) van een gegroeide praktijk van mondelinge en openbare beëdigingsrituelen – een belangrijk moment in de formalisering en professionalisering van het bestuur.
Fysieke beschrijving
Perkament (L: 22 x B: 35 cm), ontsierd door een
dichtgenaaide scheur, gegraveerd door een ongeïdentificeerde hand
(mogelijk een hand van de abdij van Egmond) in een sierschrift (in
dit geval een ongeorganiseerde combinatie van elementen uit de
diplomatische minuscule, boekhand (enkele lombarde-achtige
majuscules) en notula) en voorzien van het zegel van de graaf.
