Middeleeuwse Paleografie

Dossier № 40: Rekening en rekenschap

Nationaal Archief Den Haag, Archief Staten van Holland voor 1572, inv. nr. 1605, f. 492r-493r

Hertaling

Regest: 1 oktober 1514. Rekenmeester Vincent Cornelisz. doet verslag van hoe hij is omgegaan met de bekentenis van wijlen rentmeester Jan Stalpaert, dat hij fraude heeft gepleegd bij de inning van de gelden voor de veldtocht van de Staten van Holland in 1488-1490.

Toen wijlen meester Jan Stalpaert, tijdens zijn leven rekenmeester in Den Haag, aan het einde van zijn leven kwam, wilde hij zijn geweten zuiveren en verantwoording afleggen over de administratie die hij samen met wijlen meester Dirk Potter had gevoerd in de jaren 1488, 1489 en 1490, betreffende de heervaart van Rotterdam, Woerden en Montfort. Zowel over de betalingen die in die tijd hoog en laag waren gedaan, als over andere posten waarin verzuim was geweest, heeft hij een eigenhandig geschreven staatje opgesteld. Dit diende als toelichting en overzicht van zijn rekening, voor zover die niet overeenkwam met het uiteindelijke saldo van die rekeningen.

Dat staatje liet hij in handen van meester Pieter van der Goude, pastoor van de kapel op het Hof in Den Haag, opdat deze het na zijn dood zou overhandigen aan meester Vincent Cornelisz., eveneens rekenmeester en zijn ambtgenoot. Aan hem had hij tijdens zijn leven verzocht dit staatje na zijn dood te tonen en ervoor te zorgen dat het saldo van zijn rekening daarna gecorrigeerd zou kunnen worden, zoals hij dat bij leven en sterven wenste — wat ook is gebeurd.

De inhoud van dat staatje, door hemzelf geschreven, volgt hierna woord voor woord.

Het genoemde oorspronkelijke staatje, woordelijk zoals hierboven verklaard, is in handen van mij, Vincent Cornelisz., gebleven. Ik verklaar hierbij dat dit zo is en dat het op deze wijze heeft plaatsgevonden. Overeenkomstig dit alles hebben de weduwe en erfgenamen van de genoemde wijlen meester Jan Stalpaert aan de stad Delft betaald, ter vermindering van de genoemde schuld van 9072 pond licht, het bedrag van 5337 pond licht geld, hetgeen in de munt die nu in omloop is neerkomt op 1779 pond. En dit tot kwijting van de ziel van genoemde meester Jan.

Nadat ik, meester Frans Coebel, advocaat van het land, dit aan de Staten van het land had voorgelegd, waren zij tevreden, aangezien het strekte tot verlichting van de lasten van het land. Daarom werd bepaald dat men dit zou noteren achter het saldo van de rekening van de genoemde wijlen meesters Dirk Potter en Jan Stalpaert, betreffende de heervaart van Rotterdam, Woerden en Montfort, en ter herinnering vastleggen. Ik heb dus dat staatje achter de genoemde rekening gehecht.

Ter bevestiging van dit alles heb ik, de genoemde Vincent, mijn handtekening hieronder geplaatst op de eerste dag van oktober 1514.

Eigen hertaling

Als je zelf een poging hebt gedaan om het document te hertalen naar modern Nederlands, wordt deze hieronder uit het browsergeheugen gehaald.