Middeleeuwse Paleografie

Dossier № 25: Geld lenen

Erfgoed Leiden, SA I, 381, f. 20v

Hertaling

Regest: 17 maart 1452. Gerecht en Vroedschap van Leiden weigeren onmiddellijk in te stemmen met een verzoek van de hertog een lening te verstrekken van 400 pond groot.

Op 17 maart 1452 kwam de stadhouder van mijn genadige heer van Boergondië, tevens graaf van Holland, naar Leiden. Hij wenste dat het Gerecht en de Vroedschap bijeen zouden komen om hen een mededeling namens de hertog te doen. Toen het Gerecht en de Vroedschap bijeen waren, deelde de stadhouder mee hoe de hertog hem geschreven had, dat hij aan de steden het volgende verzoeken moest: omdat hij zijn ridders en knapen uit Bourgondië en elders ontboden had om de opstand van de Gentenaars neer te slaan, wilde hij graag geld lenen, [te weten] een bedrag van 400 pond groot van de stad Leiden. Hij zou in deugdelijke oorkonde beloven dat dit kon worden verhaald op de bede of op de domeinen, etc.

Het Gerecht en de Vroedschap gaven als antwoord dat de stad al zeer grote lasten had, en dat zij de hertog eerder al eerder geld hadden geleend, te weten 800 pond groot in de zaak van Giovanni Arnolfini, 400 pond die op de bede en de domeinen stonden en 5000 Willems schilden die op de domeinen van de hertog in Gouda en Rijnsoever (Rijnoever bij Katwijk?) stonden. Bovendien wil men niet optrekken naar Calais of naar Vlaanderen en waren er andere klachten, zodat de 400 pond niet kan worden geleend, dan na maandag, wanneer een dagvaart van de steden was uitgeschreven, waar Leiden graag met de andere steden wil overleggen over wat zij van plan zijn. En daarover willen Gerecht en Vroedschap dan weer nader overleggen.

Eigen hertaling

Als je zelf een poging hebt gedaan om het document te hertalen naar modern Nederlands, wordt deze hieronder uit het browsergeheugen gehaald.